formuleren

Wanneer gebruik je als, en wanneer gebruik je dan, in een vergelijking?
als / dan

Wanneer schrijf je hun, en wanneer schrijf je hen?
hun / hen

Welk persoonlijk voornaamwoord gebruik jé ná als of dan in een vergelijking?
psv na als / dan

In welk geval mag je hun niet gebruiken?
ze/zij/hun/hen

Wat moet het zijn? Meervoud of enkelvoud?
incongruentie

Welk woord moet je gebruiken?
lastige woordparen

Lange zinnen, korte zinnen…
lijdende en bedrijvende vorm

Heb je iets te danken aan iemand, of verwijt je ‘m iets?
te danken / te wijten