hun / hen – 03

1. Voor ... doe ik niets meer!
2. Heb je ... al gewaarschuwd?
3. Ze hebben ... spullen al gepakt.
4. De directeur heeft ... een briefje meegegeven.
5. Het is ... eigen schuld.
6. Dat heeft ... erg geraakt.
7. Vind je dat je over ... moet roddelen?
8. Joris heeft ... geblokkeerd op Facebook.
9. ... had je de uitleg wel kunnen geven.
10. Van ... had ik iets anders verwacht.