incongruentie

Incongruent betekent: niet gelijk, niet passend. Bij het formuleren van correcte zinnen moet je erop letten dat een zin congruent is. Dat betekent dat het onderwerp en de persoonsvorm hetzelfde getal hebben. En dát betekent weer dat het onderwerp en de persoonsvorm allebei enkelvoud zijn, óf allebei meervoud.

Om te zorgen dat een zin congruent is, kijk je naar het onderwerp. Dát is leidend. Als het onderwerp meervoud is, moet de persoonsvorm dus ook meervoud zijn. Is het onderwerp enkelvoud, dan schrijf je de persoonsvorm ook in het enkelvoud.

Meestal gaat dit goed. In een aantal gevallen is het lastig. Dat is bijvoorbeeld zo als het niet helemaal duidelijk duidelijk is wat het onderwerp is, of als het getal van het onderwerp lastig te bepalen is. Kijk maar mee:

Fout: Een aantal katten zitten op de bank.

Deze zin is incongruent. Niet correct, dus. Maar…hoe weet ik dat? Ik ga op zoek naar het onderwerp. In deze zin is dat: ‘Een aantal katten’. Dat is niet moeilijk te vinden. Je zou zeggen dat dat meervoud is, want ‘katten’ is toch meervoud? Ja, ‘katten’ is wel meervoud, maar het belangrijkste woordje in het onderwerp is ‘aantal’. Een ‘aantal’ is in de meeste gevallen enkelvoud. ‘Katten’ is in dit geval een bepaling bij ‘aantal’; het geeft alleen aan om wat voor aantal het gaat. Omdat ‘aantal’ het belangrijkste woordje is, en omdat ‘aantal’ dus enkelvoud is, is het onderwerp ook enkelvoud. De zin moet dan zijn:

Goed: Een aantal katten zit op de bank.

Dit geldt ook voor woorden als ‘kudde’, ‘groep’, ‘menigte’, ‘bende’ en in veel gevallen ook om ‘een paar’. Bij ‘een stel’ of ‘een paar’ moet je dan wel goed kunnen aantonen dat dit stel of paar bij elkaar hoort. (Een paar schoenen, bijvoorbeeld.)

===

Wanneer het onderwerp moeilijk te vinden is, is het ook lastig om een correcte zin te maken. Kijk maar eens naar de volgende zin:

Fout: Een aantal kinderen zijn het volkslied aangeleerd.

Je hebt de neiging om te zeggen dat hier ‘Een aantal kinderen’ het onderwerp is, maar dat is niet goed. Kijk maar naar het gezegde. Dat is: ‘zijn aangeleerd’. Je stelt jezelf nu de vraag: ‘Wie of wat zijn aangeleerd?’. Aha. De kinderen zijn niet aangeleerd, het is het volkslied! Dát is dus het onderwerp. Dit onderwerp is enkelvoud, dús moet de persoonsvorm ook enkelvoud zijn.

Goed: Een aantal kinderen is het volkslied aangeleerd.

(‘Een aantal kinderen’ is in dit geval meewerkend voorwerp. Zet er in gedachten maar eens ”aan” voor. In deze zin staat verder geen lijdend voorwerp.)

===

Soms is het ook niet duidelijk of een woord op zich meervoud is. Een goed voorbeeld is het woord ‘media’. Dit is meervoud. (Enkelvoud is ‘medium’.) Je ziet toch vaak zinnetjes als: ‘De media heeft weer verslag uitgebracht.’ Dit is niet goed. Het moet zijn: ‘De media hebben weer verslag uitgebracht.’

OEFENINGEN
incongruentie – 01
incongruentie – 02