incongruentie – 02

1. Een aantal leerlingen (...) gisteren het proefwerk al gemaakt.
2. Het netje ballen (...) al aan de voetballers gegeven.
3. Er (...) maar één paar schoenen in de hal staan!
4. De schapen (...) over de heide naar de herder toe.
5. De kudde wollige beesten (...) luid toen hun favoriete verzorger aan kwam lopen.
6. Het doosje aardbeien (...) maar liefst vijf euro!
7. De politie (...) niet altijd je beste vriend!
8. De nieuweling (...) de regels duidelijk uitgelegd.
9. Een woedende menigte voetbalsupporters (...) dertien winkelruiten vernield.
10. Dat stelletje (...) te zoenen onder de oude eik aan de Lindenlaan.