lastige woordparen

Hun en hen, dat is zo’n lastig woordpaar. Elders op deze website kun je daar uitgebreid over lezen. Dat is ook het geval met als en dan, Daarover lees je hier meer. Er zijn nog meer van dat soort woordparen. Hieronder leer je meer:

Blijken en schijnen
Blijken gebruik je als er bewijs is geleverd voor iets wat je ziet of hoort. Het gaat hier om feiten. Bijvoorbeeld ‘Petra is blijkbaar erg betrouwbaar. Als ze iets van je leent, krijg je het altijd op tijd terug.’

Schijnbaar gebruik je als je niet helemaal zeker bent van je zaak. Je dènkt dat iets zo is, maar het is niet bewezen. Bijvoorbeeld: ‘Jan is nog niet terug van vakantie. Hij heeft het schijnbaar naar zijn zin in Engeland.’ Je weet het nog niet zeker. Misschien heeft hij het vliegtuig gemist en gaat er pas weer een over een paar dagen. Vergelijk het maar eens met deze zin: ‘Jan kwam niet met de geplande vlucht aan in Nederland. Hij heeft blijkbaar zijn vlucht gemist.’

===

Kennen en kunnen
Kennen gebruik je als je iets weet. Je hebt iets geleerd, of iemand leren kennen. Je kènt de belangrijkste formules die je nodig hebt om sommen op te lossen, je kent je buurman al jaren, kent de naamvallen van Duits.

Kunnen gebruik je als je iets kunt (doen). Je kunt iets toepassen, een som oplossen (daarvoor moet je de formules bijvoorbeeld wèl kènnen) of een bouwpakket in elkaar zitten. Je kunt ook alle voorzetsels die horen bij de derde naamval in het Duits opnoemen (omdat je ze kent).

In het kort: kennen heeft met weten te maken. Kunnen met doen.

===

Fungeren en functioneren
Fungeren gebruik je als iets of iemand ‘dienstdoet’ als, ‘een functie heeft als’ of ‘optreden als’. (Je kunt overigens volgens de officiële taalregels in bijna alle gevallen waarin je fungeert ook functioneren gebruiken, maar daar gaan we op deze site verder niet op in.)

Voorbeelden:
De kast in de woonkamer fungeert als opbergplaats van oude Tupperware-doosjes.
Mevrouw Jansen fungeert al jaren als secretaris van de zwemclub.

Functioneren gebruiken om aan te geven hoe goed iets of iemand is. Het gaat dan om de kwaliteit van de functie die iets of iemand heeft.

Voorbeelden:
Dat lage tafeltje functioneert prima als salontafel.
Meneer De Jong functioneert niet zo best als kwaliteitsbewaker in de landbouw.

===

Te danken en te wijten
Je hebt iets te danken aan iemand (of iets) als er iets positiefs gebeurd is (als gevolg). Bijv. Paula heeft haar goede opvoeding te danken aan haar ouders.

Je kunt iemand iets verwijten als iemand iets gedaan heeft, waardoor er iets misgaat. Dan is het negatieve gevolg dus te wijten aan iemand. (Het kan ook om ‘iets’ gaan.) De slechte nachtrust was te wijten aan de herrie die vannacht op straat gemaakt werd.

OEFENINGEN
lastige woordparen – 01
lastige woordparen – 02