lijdende en bedrijvende vorm

bedrijvend-lijdend

Hoe maak je van een bedrijvende zin een lijdende zin?

Stap 1. Maak van het lijdend voorwerp het onderwerp.
(Van een zin zonder lijdend voorwerp kun je dus geen lijdende zin maken.)

Stap 2. Zet vóór het onderwerp ‘door’.

Stap 3. Maak van het zelfstandig werkwoord een voltooid deelwoord.
(Let op: in een voltooide zin is dat al zo)

Stap 4. Voeg een vorm van het werkwoord worden toe als hulpwerkwoord in een onvoltooide zin, of een vorm van het werkwoord zijn als hulpwerkwoord in een voltooide zin.

Voorbeeld:
De hond / eet / een worst.
O               WG       LV

Stap 1. Een worst wordt onderwerp.
Stap 2. Voor ‘de hond’ komt ‘door’.
Stap 3. ‘eet’ wordt ‘gegeten’
Stap 4. De zin is onvoltooid, dus er komt een vorm van ‘worden’ bij.

Oftewel: Een worst wordt door de hond gegeten.

Hoe maak je van een lijdende zin een bedrijvende zin?

Stap 1. Het onderwerp wordt lijdend voorwerp.
Stap 2. Haal ‘door’ uit de doorbepaling en maak daar het onderwerp van.
Stap 3. Het hulpwerkwoord van worden of zijn wordt uit de zin gehaald.

Voorbeeld:
Een worst / wordt / door de hond / gegeten.
O                WG           BWB                 WG

Stap 1. ‘Een worst’ wordt lijdend voorwerp
Stap 2. ‘De hond’ wordt onderwerp
Stap 3. ‘wordt’ moet weg.

(Daarnaast moet het overgebleven werkwoord weer in een logische vorm worden gezet.)

Oftewel: De hond eet een worst.

Let bij het omzetten van de zinnen op de tijd! Die moet hetzelfde blijven! De gebruikte voorbeelden staan bijvoorbeeld allemaal in de o.t.t.! Als je nog moeite hebt met de tijden van het werkwoord, herhaal dan de theorie daarover!

* Heb je trouwens opgemerkt dat in een lijdende zin geen lijdend voorwerp staat?

OEFENINGEN
lijdende en bedrijvende vorm – 01
lijdende en bedrijvende vorm – 02
lijdende en bedrijvende vorm – 03
lijdende en bedrijvende vorm – 04