psv na als / dan

Na een vergelijking met als of dan, zoals ‘Ik ben groter dan Piet’, moet je vaak een persoonlijk voornaamwoord invullen. Voorbeelden van persoonlijk voornaamwoorden zijn: ik, jij, je, hij, u, ons, jullie, hen, hun, mij, me, jou…

Neem bijvoorbeeld het zinnetje: ‘Ik ben groter dan hij/hem.’

Hoe weet je of het hij of hem moet zijn? Verleng daarvoor de zin, op de volgende manier:

Ik ben groter dan hij is. Dit is de goede zin. Ik ben groter dan hem is, is fout.

Nog een voorbeeld: ‘Hij lijkt veel knapper dan jij/jou.’

Verleng weer de zin: Hij lijkt veel knapper dan jij (knap) lijkt.

Let op: soms kunnen allebei de vormen, maar dan verandert de betekenis:

Hij vindt haar liever dan ik/mij.

Hij vindt haar liever dan ik haar (lief) vind.

Hij vindt haar liever dan hij mij (lief) vindt.

Je moet in dit soort gevallen dus goed bekijken wat je wilt/moet schrijven.
Let op de betekenis!

OEFENINGEN:
psv na als / dan – 01
psv na als  /dan – 02
psv na als / dan – 03
psv na als / dan – 04
psv na als / dan – 05
psv na als / dan – 06