psv na als / dan – 01

1. Mijn broer gaat even vaak naar de sportschool als ...
2. Jannes is even muzikaal als ...
3. Vindt hij jouw tekst even goed als ...
4. Marc vindt jou net zo leuk als ... (Let op de betekenis: Marc vindt twee mensen leuk!)
5. De rector is net zo boos als ...
6. Jij maakt meer fouten dan ...
7. Peter geeft Piet een minder mooi cadeau dan .... (Let op de betekenis: Peter geeft twee cadeaus!)
8. School moet hen net zo hard aanpakken als ... (Let op de betekenis: school moet twee partijen aanpakken!)
9. Mijn vader werkt even hard als ...
10. Ik geef jou minder geld dan ... (Let op de betekenis: de 'ik' geeft aan twee personen geld.)