psv na als / dan – 02

Gebruik de goede voorwerpsvorm na als of dan.

1. Ik wil jou net zo graag een cadeautje geven als ... (meewerkend voorwerp).
2. Ik vind die film veel leuker dan ... (onderwerp), merk ik.
3. Mis jij hem net zo erg als ... (onderwerp)?
4. Die vergadering vind ik net zo saai als...(onderwerp).
5. Wil je ...(meewerkend voorwerp) een andere toets geven dan mij?
6. Gooi jij net zulke harde ballen als....(onderwerp)?
7. Via What's App kun je hem gemakkelijker bereiken dan ....(lijdend voorwerp).
8. Voor hem schenk ik liever een kopje koffie in dan voor ....(meewerkend voorwerp)
9. Voor jou is die les net zo belangrijk als voor ....(meewerkend voorwerp).
10. Hij vindt mij niet zo lief als....(lijdend voorwerp)