ze/zij/hun/hen – 02

Wat moet je invullen?

1. Aan de Conincksweg hebben ... nooit gewoond.
2. Niemand heeft ... het goede nieuws verteld.
3. Kunnen ... de rekening niet betalen?
4. Aan ... vertel ik helemaal niets!
5. In die huizen aan de Potgieterstraat kunnen ... hun rommel nooit kwijt.
6. ... vinden een 5,5 echt geen goed cijfer voor wiskunde.
7. ... zien wel wat ze morgen gaan doen.
8. Bij dat grote warenhuis kun je vast wel iets leuks voor ... kopen.
9. Tuinieren vinden ... een vermoeiende bezigheid.
10. Je moet ... geen gelegenheid geven om je te belazeren.