zij/hun – 01

Wat moet je invullen?

1. ... willen morgen bij ons komen eten.
2. Moest je ... je nieuwe sleutels geven?
3. In de winkel kun je ... best vragen naar dat nieuwe apparaat.
4. Aan de Lange Baan moeten ... nog nieuwe tegels leggen.
5. Die vakantie op Ibiza lijkt ... een fantastische belevenis.
6. Wisten ... hoe ze dat draadje moesten afknippen?
7. Als je goed kijkt, zie je waar ... zitten.
8. ... mag je geen snoep geven, hoor!
9. De landmeters zijn ... statieven vergeten op te bergen.
10. Ik vind dat ... net zo veel gedaan hebben als wij.