zinsdeelvolgorde

Als je een tekst schrijft, dan wil je dat die ook een beetje leuk is om te lezen. Eén van de manieren om een tekst aantrekkelijk te maken, is het afwisselen van de zinsdeelvolgorde. Immers, als iedere zin begint met het onderwerp, dan wordt het al snel een saai stukje. Bekijk het volgende tekstje maar:

Maaike en ik gingen gisteren naar de bioscoop. We wilden de nieuwste film met Leonardo di Caprio zien. De film was heel interessant. We moesten ook vaak lachen. We namen in de pauze een cola en popcorn met caramel. We aten daar met smaak van. We gingen na de film direct naar huis. We moesten namelijk nog huiswerk maken.

Lees nu het volgende stukje tekst:

Gisteren gingen Maaike en ik naar de bioscoop. We wilden de nieuwste film met Leonardo di Caprio zien. Heel interessant was die film. We moesten ook vaak lachen. In de pauze namen we een cola en popcorn met caramel. Daar aten we met smaak van. Na de film gingen we direct naar huis. We moesten namelijk nog huiswerk maken.

Je hebt vast gemerkt dat in het tweede stukje meer variatie zit. Het onderwerp van de zinnen staat niet altijd vooraan, zoals in het eerste stukje. De zinnen waar dat wèl gebeurt, kun je ook wel: OPA-zinnen noemen. De O staat voor ‘onderwerp’, de P voor ‘persoonsvorm’ en de A voor ‘ander zinsdeel’.

In de onderstaande oefeningen kun je oefenen met het herkennen van zinnen. Welk zinsdeel komt eerst, en wat komt erna? Als je dit eenmaal goed doorhebt, wordt het schrijven van een interessant stukje een makkie!

OEFENEN
zinsdeelvolgorde – 01
zinsdeelvolgorde – 02
zinsdeelvolgorde – 03