zinsdeelvolgorde – 02

Wat is de volgorde van de volgende zinnen?

(O = onderwerp, P = persoonsvorm, A = ander zinsdeel)

1. Aan de muur hangen verschillende schilderijen.
2. Die Tupperware-beker lekt nooit.
3. Mocht niemand jou helpen?
4. De nieuwste iPhone is veel te duur voor Johanna.
5. Lees jij graag boeken met een ik-perspectief?
6. Mijn moeder en mijn zusje gaan in de zomer naar Aruba.
7. Op Aruba kun je fantastisch mountainbiken.
8. Aan het eind van de tunnel ging de wandelaar naar rechts.
9. Rennen in de winter minder mensen door de bossen bij Elp?
10. Tijdens drie dagdelen hebben de leerlingen tassen leren naaien.