zinsdeelvolgorde – 03

Wat is de volgorde van de volgende zinnen?

(O = onderwerp, P = persoonsvorm, A = ander zinsdeel)

1. Misschien lukt het vannacht om over iets moois te dromen.
2. William zou me iets vertellen over zijn bijzondere hobby's.
3. Ze klopte voorzichtig op mijn schouder.
4. Op de plek van het litteken was de huid vuurrood.
5. Hoorde jij die knal net ook?
6. Dronken die pubers een hele fles wodka leeg?
7. Op het schoolplein speelden vier leerlingen een bijzonder spel.
8. Vielen in het weiland echt zo veel hagelstenen?
9. Beide lokalen worden gebruikt als omkleedruimte tijdens de examens.
10. Ondanks de kou was het erg gezellig tijdens het schoolvoetbaltoernooi.