vragend voornaamwoord – 01

Geef aan wat het vragend voornaamwoord in de onderstaande zinnen is.

1. Wie heeft jouw huiswerk gemaakt?
2. Waarom heb je dat gedaan?
3. Ik weet niet welke opdrachten je moet maken.
4. Heb je wat voor mij meegenomen?
5. Wat voor een hond hebben jullie eigenlijk?
6. Ik weet niet hoe je die types met lange haren noemt.
7. Waardoor ben je eigenlijk ziek geworden?
8. Kan jouw moeder uitzoeken welke bus ik moet nemen naar school?
9. Mag ik zien wat voor cd's je hebt geleend?
10. Dat is die jongen aan wie je de weg vroeg!