betrekkelijk voornaamwoord – 01

Welk betrekkelijk voornaamwoord moet je invullen op de open plek in de zin?

1. De jongens ... in de vijfde zitten, moeten dit jaar examen doen.
2. Het beste ... me kon overkomen, is dat jaar in Amerika!
3. Het deftige dametje ... jou aansprak, woont in die villa verderop.
4. Het leerboek ... je nodig hebt, ligt voor je op tafel.
5. In dat boek staat alles ... je moet weten.
6. Een leerling ... spiekt, verdient een slecht cijfer!
7. In de vakantie kon ik lang uitslapen, ... ik heel erg fijn vond.
8. Wie is die jongen, met ... jij stond te praten?
9. De vakantie ... achter ons ligt, was veel te kort.
10. Aan het meisje ... achter jou zit, kun je wel om uitleg vragen.