bezittelijk voornaamwoord

Bezittelijke voornaamwoorden geven een bezit aan.

Voorbeeld: mijn boek, jullie woning, onze afspraak.

In alle voorbeelden hierboven zie je dat het bezittelijk voornaamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staat. Het kan echter ook ‘op zichzelf’ staan.

Van wie is dat boek? Dat is het mijne.

Van wie zijn die kinderen? Dat zijn de onze.

OEFENINGEN:
bezittelijk voornaamwoord – 01
bezittelijk voornaamwoord – 02
bezittelijk voornaamwoord – 03
bezittelijk voornaamwoord – 04

bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord door elkaar:
van alles door elkaar – 06
van alles door elkaar – 07
van alles door elkaar – 08