bezittelijk voornaamwoord – 01

Welk woord is een bezittelijk voornaamwoord?

1. Zij heeft haar broer een rode appel gegeven.
2. De jongen stalde zijn fiets in het fietsenrek naast de brug.
3. Tijdens de zomervakantie heeft hij altijd zijn laptop bij zich.
4. Het kleine hondje had haar bal in de vijver laten vallen.
5. Ons huis is vorige week eindelijk verkocht.
6. Na het boottochtje ontdekten we dat hun tante niet meer aan boord was.
7. Mijn camera is altijd bedrijfsklaar.
8. De oude grijsaard zocht in het bos naar takken voor in zijn houtkachel.
9. Door een vervelend voorval heb ik nu geen contact meer met mijn beste vriend.
10. Op zijn oude fiets heb ik destijds het fietsen geleerd.