bezittelijk voornaamwoord – 02

Welk woord is het bezittelijke voornaamwoord?

1. Welke van de twee is nu haar tas?
2. Waarom heeft hij jouw huiswerk gemaakt?
3. Welke methode is naar zijn mening de beste?
4. Vorige week is hun stal in vlammen opgegaan.
5. Jouw tante had zoiets nooit van jou verwacht.
6. Na het overvloedig diner kwam onze kat met een bolle buik onder de tafel vandaan.
7. Weet jij welke vragen hij op ons tentamen stelt?
8. Onze hersenen zijn anders ontwikkeld dan die van de apen.
9. Ga jij met je moeder naar de stad?
10. Volgens mij heb jij je zaakjes aardig goed geleerd.