bezittelijk voornaamwoord – 03

Welke woorden zijn de bezittelijke voornaamwoorden in de volgende zinnen?

1. Mike heeft zijn huiswerk voor volgende week al gemaakt.
2. Britt heeft voor haar proefwerk hard geleerd.
3. Mocht je jouw broodtrommel wel in de tas van Danique stoppen?
4. Dat is mijn mooie, rode sjaal, Lieke!
5. Onze tafeltjes mochten we niet tegen de muur van het andere lokaal zetten.
6. Doe jij die mooie iPhone snel eens even in je tas!
7. Jullie tassen mogen niet op de schone tafeltjes staan!
8. Heeft u uw portemonnee wel in de kluis gedaan?
9. Hij mocht van zijn moeder vandaag niet naar de skatebaan.
10. In de pauze kunnen jullie van je zakgeld iets lekkers kopen.