bijvoeglijk naamwoord – 02

Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord?

1. Zijn handen waren bijna bevroren door de winterse kou.
2. De docent beweerde dat domme vragen niet bestonden.
3. Vele handen maken licht werk.
4. Tijdens de donkere dagen voor Kerstmis, houdt deze winkel vaak uitverkoop.
5. Haar kleine broertje was er op haar fiets vandoor gegaan.
6. Op het bruggetje heeft hij zijn lieve vriendin ten huwelijk gevraagd.
7. Twee jaar later sloegen de twee geliefden bijna elkaars doorelkaar geschudde hersenen in.
8. Het is een moeilijk probleem dat niet zomaar opgelost kan worden.
9. Ik doe mijn uiterste best om deze oefeningen nog af te krijgen voor het weekend is.
10. Zijn tante kreeg een kilo heerlijke bonbons voor haar verjaardag.