bijvoeglijk naamwoord – 03

Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord?

1. De geplastificeerde kaarten lagen op de tafel in de hoek van het lokaal.
2. Moet je nu al je nieuwe fiets naar de fietsenmaker brengen?
3. Gisteren wilde ik voor jou het houten beeldje uit de kringloopwinkel kopen.
4. Die rood geverfde deur is gisteren uit het kozijn gehaald.
5. Jij hebt je met die dure make-up wel mooi opgemaakt.
6. Dat moeilijke probleem heb jij slim opgelost!
7. Parisa wil niet dat jij haar kwetsbare beeldjes oppakt.
8. Op RTL5 was een heel interessante documentaire over dolfijnen te zien.
9. Als je wilt slagen voor dat lastige examen zul je heel hard moeten werken.
10. Mijn telefoon zit in een roze hoesje met een vakje voor betaalpasjes.