persoonlijk voornaamwoord

Persoonlijke voornaamwoorden noemen (meestal) personen zonder ze bij naam te noemen. Ze staan ook weleens in plaats van een dier of ding in de zin.

Voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden zijn: je, jij, we, zij, ze, zij, jullie, ons, hen, hun, hem, haar, u, het…

Persoonlijke voornaamwoorden staan altijd alleen. Dat wil zeggen: er staat geen zelfstandig naamwoord bij. Dat komt ook, omdat persoonlijke voornaamwoorden juist een zelfstandig naamwoord vervangen!

Voorbeelden: Hij heeft zijn zusje een cadeau gegeven. Ik heb dat aan jou gegeven.

‘Het’ kan ook een persoonlijk voornaamwoord zijn. Er staat dan geen zelfstandig naamwoord achter. Je kunt het vervangen door ‘dat’.

Waar is mijn tijdschrift? Het ligt op tafel. (Dat ligt op tafel.)

Tip: wanneer een persoonlijk voornaamwoord een persoon noemt (hij, zij, jij, je, wij, jullie), kun je er vaak ook ‘iemand’ voor in de plaats zetten.

Voorbeeld: Hij wil een boek lezen. Piet wil een boek lezen.

OEFENEN
persoonlijk voornaamwoord – 01
persoonlijk voornaamwoord – 02
persoonlijk voornaamwoord – 03
persoonlijk voornaamwoord – 04