telwoord – 01

Wat zijn de telwoorden in de volgende zinnen?

1. Gisteren heb ik drie jongens in de enge steeg achter het nieuwe winkelcentrum gezien.
2. Henk weet niet veel over de tweede serie van Dr. Who.
3. Misschien moet je harder trainen om als eerste aan te komen in die lastige race.
4. Ik heb maar één koekje uit de bovenste doos in de grote kast gepakt.
5. Voor die populaire film hebben miljoenen mensen al een kaartje besteld.
6. Nu heb je al voor de zoveelste keer je goede schrift voor dat lastige vak niet bij je!
7. Je moet vandaag minstens vijftien opgaven maken uit je moeilijke werkboek.
8. Aan die lange laan wonen veel mensen met een hoog inkomen.
9. Op de eerste schooldag halen nieuwe leerlingen hun boeken op bij de conciërge in dat kleine gangetje aan de voorkant van de school.
10. Dit is de tiende zin van deze oefening over telwoorden.