van alles door elkaar – 02

Aanwijzend voornaamwoord (av), betrekkelijk voornaamwoord (btv), vragend voornaamwoord (vrv)?

1. De leerlingen die klaar zijn met nakijken, kunnen verdergaan met opdracht 3. 'die' is een...
2. Heb je enig idee wie de ramen open heeft laten staan? 'wie' is...
3. Mensen aan wie je je verhaal vertelt, zullen verbaasd zijn. 'wie' is een...
4. Deze tafeltjes staan wel heel slordig naast elkaar. 'Deze' is een...
5. Ik wil de hamburger van de Burger King niet, ik wil die van de McDonald's.
'die' is een...
6. Welke films heb je in de vakantie gekeken? 'Welke' is een...
7. Morgen hebben we het eerste uur vrij, wat ik erg fijn vind. 'wat' is een...
8. Het drankje met bubbels is het sterkste wat je daar kunt kopen. 'wat' is een...