van alles door elkaar – 03

Zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), bijwoord (bw) of voorzetsel (vz) ?

1. In deze barre tijden kun je niet zonder jas naar school. 'niet' is een...
2. Wil je morgen even naar mijn opstel kijken? 'morgen' is een ...
3. Lotte wilde goed leren voor de toets van gisteren. 'goed' is een...
4. Zo'n grote auto lijkt mij erg duur. 'duur' is een ...
5. Te laat komen wordt op deze strenge school zwaar gestraft. 'zwaar' is een ...
6. Heb je nog wat gehoord over die nieuwe leerling? 'over' is een ...
7. Zwemmen is een stuk leuker dan hardlopen. 'hardlopen' is een...
8. Ik weet niet wat je vindt van die nieuwe schoolregels. 'nieuwe' is een ...
9. Van de conciërge mag je niet bij de vijver zitten. 'Van' is een...
10. Geloof je niet dat ik dat al eerder heb gezegd? 'niet' is een...