bezittelijk, persoonlijk en wederkerend vnw – 01

Wat voor voornaamwoord is het woordje tussen de haakjes?

1. Je hebt (ons) niets verteld.
2. Ik wil (je) fiets niet lenen.
3. Janny moet (zich) diep schamen voor haar minimale inzet!
4. Dat moet je (me) niet vragen. Ik weet dat niet!
5. Ik heb (me) vergist. Sorry.
6. Wat heb (je) nu weer gedaan, dan?
7. Harmen, heb jij (je) huiswerk gemaakt?
8. Willem heeft in (ons) grasveld een enorme tunnel gegraven.
9. (Jullie) gazon ligt er anders nog mooi bij!
10. Dat van (ons) is geruïneerd!