bezittelijk, persoonlijk en wederkerend vnw – 02

Wat voor voornaamwoord is het woordje tussen de haakjes?

1. Sven bemoeit (zich) altijd met het werk van Berthe.
2. Nordin, wil jij (je) niet verschuilen achter dat boek!
3. Stijn vertelt straks misschien nog iets over (zijn) favoriete boek.
4. Oeps, ik verslik (me) haast door die vreemde snoepjes.
5. Lieke, wil je (me) een glaasje water aangeven?
6. (Je) beseft zeker niet hoe gevaarlijk dat was!
7. Als (jullie) je keurig gedragen, draai ik straks nóg een leuk filmpje.
8. Isa en Isabelle vonden die les van (ons) helemaal niet zo leuk.
9. Wat sloof je (je) weer uit, Marco!
10. Kunnen we dit wel aan (u) vragen?