hulpwerkwoorden – 01

Is het werkwoord tussen de haakjes een hulpwerkwoord of een zelfstandig werkwoord?

1. De kat heeft gisteren op de mat (geplast).
2. Ik (wil) daar nog wel een keer naar kijken.
3. (Heb) je je huiswerk al gemaakt?
4. Piet zou dat nooit gedaan (kunnen) hebben.
5. Die mensen (blijven) altijd thuis.
6. Janny (heeft) geen tijd voor jou.
7. Wil je een snoepje (hebben)?
8. Mijn moeder (bakt) vanavond een cake.
9. We (gaan) vanavond naar het vuurwerk kijken.
10. Onze auto (wordt) morgen verkocht.