koppelwerkwoorden – 01

Geef aan wat het koppelwerkwoord is in de volgende zinnen.

Let op: niet in elke zin staat een koppelwerkwoord!

1. Dat boek van jou lijkt me erg goed.
2. Gisteren leek de kat ziek.
3. Reactievergelijkingen blijven moeilijk.
4. Hij schijnt met zijn zaklamp in het donker.
5. Later wordt mijn broer tandarts.
6. Ik ben naar Spanje geweest.
7. De docent aardrijkskunde blijft altijd geduldig.
8. Gisteren bleef ik lekker thuis.
9. Die nieuwe leerling heet Tom.
10. Ik ben hartstikke boos op jou!