werkwoorden allerlei – 01

Wat is het belangrijkste werkwoord in de volgende zinnen?

1. Ik zou jou gisteren nog bellen!
2. Moest je dat niet eerst vragen?
3. Peter had jou dat nog willen zeggen.
4. Marijke is hier niet geweest.
5. Daniël kan dat niet gedaan hebben!
6. Zou Babette nog komen, vandaag?
7. Mijn neef zou daar gewerkt kunnen hebben.
8. Op de laptop wil ik wel werken!
9. Die vereniging moest je ge-e-maild hebben.
10. Wil je op de fiets komen?