werkwoordsvormen – 02

Welke werkwoordsvorm staat er tussen de haakjes?

1. Milan heeft een grote prijs (gewonnen).
2. Mocht Renate niet naar jouw feestje (komen)
3. Ires (had) blauwe oordopjes in, vandaag.
4. Glenn zat zeer geconcentreerd te (werken) aan zijn spelling.
5. In het lokaal (was) het een beetje koud.
6. Hebben jullie opdracht 19 ook al (gemaakt)?
7. Sven (kon) het zich niet meer herinneren.
8. Zou Hieke 'Boy Seven' al (gelezen) hebben?
9. Noor (is) naar de orthodontist geweest.
10. Je mag gewoon (doorwerken).