bijwoordelijke bepaling – 01

Welke vraag wordt beantwoord?

1. Op zaterdagmorgen gaan we met zijn allen naar de markt. 'op zaterdagmorgen' geeft het antwoord op de vraag:
2. Mijn fiets wordt volgende week door de buurman gerepareerd. 'door de buurman' geeft antwoord op de vraag:
3. De meeste mensen reizen in de zomermaanden naar een warm land. 'in de zomermaanden' geeft antwoord op de vraag:
4. Je moet die woordjes op drie verschillende manieren leren. 'op drie verschillende manieren' geeft antwoord op de vraag:
5. De borden en het bestek liggen al een uur op tafel. 'op tafel' geeft antwoord op de vraag:
6. In de bergen is het een stuk kouder dan in de vallei. 'in de bergen' geeft antwoord op de vraag:
7. Zo moet je dat dus niet doen! 'zo' geeft antwoord op de vraag:
8. Met die populaire jongen zou ik wel een colaatje willen gaan drinken. 'met die populaire jongen' geeft antwoord op de vraag:
9. Die rozen groeien alleen op kalkrijke grond. 'op kalkrijke grond' geeft antwoord op de vraag:
10. Ik fiets met hoge snelheid door het drukke verkeer. 'met hoge snelheid' geeft antwoord op de vraag: