bijwoordelijke bepaling – 02

Meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling, of geen van beide?

1. Ik heb het verslag gisteren aan je zus gegeven! 'aan je zus' is een...
2. Op de tafel ligt het niet! 'op de tafel' is een...
3. Tijdens het feest voelde ik me heel erg jarig! 'tijdens het feest' is een...
4. Weet jij waar ik mijn neef op moet halen? 'mijn neef' is een...
5. Hij heeft mijn nichtje een heel mooi kettinkje gegeven. 'mijn nichtje' is een...
6. Gisteren zou ik nog een uurtje naar de kermis gaan. 'gisteren' is een...
7. Ik heb je heel erg gemist! 'heel erg' is een...
8. Je kunt je haar goedkoop door een student laten knippen. 'door een student' is een...
9. Het schilderij van Picasso hangt bij hem gewoon in de gang aan de muur. 'aan de muur' is een...
10. Hij gaf de hond veel te veel koekjes. 'de hond' is een...