gezegde allerlei – 01

Staat in de zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?

1. Gisteren ben ik naar Emmen geweest.
2. Vorige week was Vincent nog niet ziek.
3. Die opmerking van jou was ontzettend lomp.
4. Blijf je die vraag herhalen?
5. Je schijnt me niet gehoord te hebben.
6. Dat blijkt ook heel moeilijk te zijn.
7. Dat huis aan de kant van de weg is vorige maand verkocht.
8. De makelaar heette Van Huizen!
9. Is jouw gitaar door de docent gestemd?
10. Die ene noot was wel heel vals!