naamwoordelijk gezegde – 03

Wat is het gezegde in de volgende zin?

1. De monteur scheen met zijn zaklamp in de donkere kelder.

Is het gezegde een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde? 

2. De monteur scheen met zijn zaklamp in de donkere kelder

Wat is het gezegde in de volgende zin?

3. Onze oude kater bleek ongeneeslijk ziek te zijn.

Is het gezegde een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

4. Onze oude kater bleek ongeneeslijk ziek te zijn.

Wat is het gezegde in de volgende zin?

5. We zijn vorig jaar nog in Frankrijk geweest.

Is het gezegde een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

6. We zijn vorig jaar nog in Frankrijk geweest.

Wat is het gezegde in de volgende zin?

7. Die nieuwe studiemethode leek te werken.

Is het gezegde een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

8. Die nieuwe studiemethode leek te werken.

Wat is het gezegde in de volgende zin?

9. Mijn tante blijft onder alle omstandigheden kalm.

Is het gezegde een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

10. Mijn tante blijft onder alle omstandigheden kalm.