lijdend voorwerp – 01

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zinnen?

1. De scheidsrechter stuurde de voetballer na drie overtredingen van het veld.
2. Ik heb deze winter vetbolletjes met insecten in de bomen gehangen.
3. Mijn vriend komt me vanavond om acht uur ophalen.
4. De docent handvaardigheid heeft het affiche voor het schoolfeest gisteren op het prikbord gehangen.
5. Morgenavond zal ik een taart voor je moeder bakken.
6. In de perenboom achter het huis heeft een koppeltje duiven vorig jaar een prachtig nestje gemaakt.

7. De kat van de buren roofde heel gemeen het vogelhuisje leeg.

8. Voor mijn broertje sta ik 's nachts nog wel eens een paar eieren te bakken.

9. Die beroemde schaatser schaatste vorig jaar vier keer een marathon.
10. Die verslagen moest je volgens mij voor de vakantie al gemaakt hebben.