lijdend voorwerp – 02

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zinnen? Let op: niet in elke zin staat een lijdend voorwerp!

1. Wil je voor mij een paar van die vakantiefoto's laten maken?
2. Veel leerlingen kopen in de kleine pauze een lekker tussendoortje.
3. Met deze auto kun je duizend kilometer achter elkaar rijden.
4. Sommige spinnen maken heel kunstige webben in de achtertuin.
5. Ik e-mail jou morgen het werkstuk voor geschiedenis!
6. Zo'n zak met bruine rijst weegt vijf kilo!
7. In het voorjaar leggen veel vogels een ei.
8. Dat nieuwe mobieltje kostte Michiel 98 euro.
9. Janneke heeft van haar tante een nieuwe tas gekregen.
10. Ik heb jou de hele avond gemist.