lijdend voorwerp – 03

Wat is het lijdend voorwerp in de onderstaande zinnen?

1. Kim sloeg de hond.
2. Marina kocht een taartje voor oma.
3. Wil je iets voor me doen?
4. De kat heeft alweer een vogeltje gegeten.
5. Pieter moet 100 ballonnen opblazen.
6. Gisteren maakte Rosalie een prachtig schilderij.
7. In Emmen heeft die beroemde Arabische miljardair veel nieuwe huizen gebouwd.
8. In de zomer eet Iris bij Toscana graag een ijsje met Isabel.
9. Een mooi beeldje kan Wouter wel boetseren van die zachte klei.
10. Wil je voor volgende week drie oefeningen maken?