lijdend voorwerp – 04

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zinnen? (Boermarkeweg, mavo 1)

1. Tante Joos heeft een taart gebakken.
2. Morgen wil je misschien een cadeau voor mij kopen?
3. In de tuin graaft de hond een gat.
4. Brengt Jos die vuilniszak naar de container?
5. Mike eet een broodje met Kay.
6. Zal mevrouw Verberk nog kleurplaten printen voor ons?
7. We maken morgen allemaal het proefwerk van hoofdstuk 4.
8. Danique heeft een taartje gegeten in de klas.
9. Britt gebruikt graag een gekleurde pen voor een toets.
10. Die bruut reed gisteren mijn kat aan!