onderwerp – 01

Geef aan wat het onderwerp is in de onderstaande zinnen.

1. Gisteren is de prijs van diesel met tien cent gestegen.
2. In de musical 'Tarzan' speelt een jonge vent de rol van Tarzan
3. Dat enorm grote schilderij is vorig jaar geschilderd door Hans.
4. Waar haalt deze jongen het lef vandaan?
5. Tijdens het maken van het proefwerk kreeg de leerling een black-out.
6. Hoe oud schat je mijn broer?
7. Heeft u dat bericht vandaag pas ontvangen?
8. Hugo schrijft iedere dag een stukje voor de krant.
9. Over het meewerkend voorwerp wist de docent niets te vertellen.
10. Voor het consulaat stonden drie agenten op wacht.