voorzetselvoorwerp

Het voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat altijd met een voorzetsel begint.

Dit voorzetsel ‘zit vast’ aan het gezegde. Het gaat dan om een vaste uitdrukking. Je kunt niet zomaar een andere voorzetsel er voor in de plaats zetten.

Neem bijvoorbeeld de vaste uitdrukking: verlangen naar. In plaats van ‘naar’ kun je er niet een ander voorzetsel voor in de plaats zetten. Dan zou de betekenis van die uitdrukking veranderen. Ook bij de uitdrukking gek zijn op zie je dat. Je kunt ‘op’ niet vervangen door een ander voorzetsel, zonder dat de betekenis van de uitdrukking verandert.

Het voorzetselvoorwerp is daarnaast een zinsdeel dat iets aangeeft wat NIET letterlijk is. Het heeft een figuurlijke betekenis.

Neem bijvoorbeeld de uitdrukking: Ik reken op jouw aanwezigheid. ‘Op jouw aanwezigheid’ begint met een voorzetsel. Dat voorzetsel ‘zit vast’ aan de uitdrukking ‘rekenen op’. Dat betekent dat je er vanuit gaat dat iemand iets doet, of ergens zal zijn. Je ziet nu meteen dat dát wat er staat, niet werkelijk zó bedoeld wordt. Er wordt hier immers NIET bedoeld dat je letterlijk sommetjes gaat maken (een andere, letterlijke betekenis van rekenen) op iemands aanwezigheid.

Het voorzetselvoorwerp op een rijtje:

1. Het is een zinsdeel dat met een voorzetsel begint.
2. Het voorzetsel ‘zit vast’ aan het gezegde.
3. Het heeft een figuurlijke betekenis.

Let op: het voorzetselvoorwerp wordt regelmatig verward met de bijwoordelijke bepaling. Denk eraan dat de bijwoordelijke bepaling om iets letterlijks gaat. De bijwoordelijke bepaling geeft antwoord op vragen als waar, wanneer, hoe, met wie, door wie.

OEFENINGEN
voorzetselvoorwerp – 01
voorzetselvoorwerp – 02