voorzetselvoorwerp – 01

Wat zijn de voorzetselvoorwerpen in de volgende zinnen?

1. Ik erger me aan de rommel in jouw kamer.
2. Tijdens warme dagen houd ik van zwemmen!
3. Ik reken op jouw aanwezigheid tijdens de feestdagen.
4. Ik twijfel aan het antwoord op vraag drie.
5. Over dat gedrag in de sportschool verwonder ik me al lang niet meer.
6. Ben je nu nog boos over die opmerking in de kantine?.
7. Je kunt je nu met korting abonneren op je favoriete blad.
8. Na vier weken school snak ik enorm naar vakantie.
9. Mijn moeder heeft niet zo veel invloed op mijn broertjes gedrag tijdens het weekend.
10. In de voetbalkantine schaam ik me voor mijn moppen tappende zus.