zinsdelen – door elkaar

OEFENEN
Onderwerp, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepaling:
zinsdelen – door elkaar – 01

Onderwerp, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp,
meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling:
zinsdelen – door elkaar – 02

Onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling:
zinsdelen – door elkaar – 03

Onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp en bijwoordelijke bepaling:
zinsdelen – door elkaar – 04

Is het eigenlijk wel een zinsdeel?
zinsdelen – door elkaar – 05
zinsdelen – door elkaar – 06