Zinsdelen – door elkaar – 02

Bij deze oefening bekijk je de zin en schuif je de juiste zinsdelen en hun namen naar elkaar toe. Bij de zin:’Jan loopt over straat’ schuif je ‘onderwerp’ naar Jan toe, ‘werkwoordelijk gezegd’ naar loopt en ‘bijwoordelijke bepaling’ naar over straat.

De zinsdelen die gebruikt worden, zijn: onderwerp, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling.