zinsdelen – door elkaar – 07

Wat is het zinsdeel tussen haakjes: werkwoordelijke gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp of bijwoordelijke bepaling?

1. Natuurlijk wil ik vanavond (je band) plakken!
2. Heb je (je werkstuk) al ingeleverd bij de docent wiskunde?
3. Je kunt het ook (aan mij) geven.
4. Mijn moeder (kookte) gisteren spaghetti.
5. (Op de rand van het zwembad) liggen de zwemvleugeltjes van Jinthe.
6. (Met die brutale jongen) wil ik niet meer samenwerken!
7. (Staat) je favoriete beker op de kast?
8. (Mij) moet je dat niet vragen!
9. Mevrouw Verberk wil dat we (onze boekverslagen) ook nog printen!
10. Ik heb het mijne geüpload (in de ELO).