Bijvoeglijke naamwoorden (bnw)

Zoek de bijvoeglijke naamwoorden in onderstaande zinnen. Zet alle bijvoeglijke naamwoorden in het vakje.
Als er méér dan één bijvoeglijk naamwoord in de zin staat, vul je alle bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar in,
met een komma tussen de verschillende bijvoeglijke naamwoorden.
Durf jij nog te rennen over dat spekgladde trottoir?
bnw('s):

Die grote, rode bus reed met een vaartje tegen het betonnen viaduct.
bnw('s):

Dat is een bijzonder slimme opmerking!
bnw('s):

De beroemde keizer droeg graag grote, fluwelen gewaden.
bnw('s):

Mijn broertje heeft een nieuwe jas gekocht.
bnw('s):

Die populaire hiphopgroep zal morgen een erg grote prijs ontvangen.
bnw('s):

Wil je een lekker ijsje of liever een heerlijk puddinkje eten?
bnw('s):

Het vieze plafond moet nodig gewit worden!
bnw('s):

Jacintha kocht een duur, leren jack met een fijne, wollen voering.
bnw('s):

Wedstrijdzwemmers hebben vaak enorm gespierde schouders.
bnw('s):

Terug naar 'Online oefeningen'