Bijvoeglijke naamwoorden

Vul een goed gespeld bijvoeglijk naamwoord in, dat is afgeleid van het woord dat tussen haakjes staat.
Daar loopt het (klein) broertje van mijn (best) vriend.

(Bekend) voetballers kunnen (vet) contracten binnenhalen.

De (aluminium) pannen zijn beter dan (staal) exemplaren.

Na het ongeluk was de (waarschuwen) ambulance snel ter plaatse.

Wil je een (papier) of een (digitaal) versie van het verslag ontvangen?

Het (beton) viaduct moet geverfd worden door (professioneel) schilders.

Heb je een van de (verloten) prijzen gewonnen?

De (lek) dakgoot zorgde voor (rot) plekken in het (hout) houten huisje.

De (zingen) versie van dat nummer viel me erg tegen.

De (toenemen) criminaliteit leidt tot problemen bij justitie.
Terug naar 'Online oefeningen'