Spelling van de persoonsvorm in de tt.

Vul in: de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (tt)
Met hamer en beitel (kerven) ik een hart in alle bomen.

Van andijvie (houden) je broer niet.

Dit wandelpad (kruisen) een van de wegen naar Rome.

Wanneer (worden) je nou eens wijzer?

Ik (vinden) dit programma niet geslaagd.

De leeuw (brullen) van woede.

Etty en Hans (komen) pas laat thuis.

Wat (liggen) daar onder tafel?

Het (regenen) de hele dag al.

Het (lekken) in de kelder.

Terug naar 'Online oefeningen'