Woordsoorten - Blok 4
Vul in het vakje achter een woord, tot wat voor woordsoort het behoort.
Kies uit: lw, znw, bnw, vz, hww, zww, kww.
In het
ongezellige
winkelcentrum zet de gemeente bankjes
neer.
Met
die mooie rode verf ga ik het lelijke
kastje beschilderen
.
Op
het internet heb
ik gisteren kaartjes besteld voor een geweldig
concert.
Mijn neefje heet
Peter
.
Die strenge
docent laat
je vreselijk strafwerk maken
.
Willen jouw ouders
weer een
reis naar Spanje
boeken?
Volgens
mij is
dat een lastig
klusje.
Op
de hei loopt een
valse hond
los.
Mijn broer
heeft een hele mooie
auto gekocht
.
Check
OK
Terug naar 'Online oefeningen'